De ruzie die ze niet had willen zien

Gepubliceerd op 21 juni 2019 om 11:19

Ouders dachten een arbeidsgerelateerde vraag te kunnen stellen aan moeders baas. Deze vraag zorgde totaal onverwachts voor een arbeidsconflict. Moeders baas werd ineens agressief. Het  meisje van 6 jaar zat in de auto en zag dit met lede ogen aan.

Natuurlijk hadden ouders totaal niet deze reactie verwacht. Anders hadden ze nooit op de doorreis even langs kantoor gegaan met het dochtertje wachtend in de auto. De reactie van  moeders baas was zo heftig dat vader uiteindelijk een gekneusde arm eraan over hield. 

 

Het meisje was enorm geschrokken en werd bang, bang voor van alles. Zoals bang voor de plek waar het gebeurt was, bang dat ze deze man ergens anders tegen zou komen, bang voor boze mensen, bang dat als papa weg gaat hij niet meer terug zou komen en bang in het donker.  In dit soort situaties is het lastig inschatten bij wie je het beste om hulp kunt vragen. Als de hulpvraag om een angststoornis of langdurig trauma gaat, horen deze thuis bij (kinder)psychologen. Ook dit was een traumatische ervaring. Omdat het meisje verder wel goed bleef functioneren op school, op andere ontwikkelingsgebieden en sensitieve en betrokken ouders had, durfde ik het aan om deze vraag aan te nemen. 

 

Wat heel begrijpelijk is, is dat ouders besloten er niet meer over te hebben. Ze wilden hun dochter niet nog banger maken. Het gewone leven werd weer opgepakt. Zoals ik in mijn vorige blog ook al aangaf wordt angst alleen maar groter als je het niet aan wilt gaan. Je kunt angst zien als een zwarte schaduw die graag grip op jou wilt krijgen. Als je deze schaduw probeert te vermijden, is het negeren de brandstof die de angst nodig heeft om groter te worden. Zodra je de schaduw aan durft te kijken wordt het kleiner. Het zal misschien nooit helemaal weg gaan, maar overvallen kan het je niet meer, want jij hebt dan de controle. 

De eerste stap was praten over wat er was gebeurd. Het meisje en ik zijn in het bijzijn van ouders gestart met het tekenen van een stripverhaal over de gebeurtenis. 

Als het meisje het voorval in haar hoofd groter had gemaakt dan de werkelijkheid, vertelde moeder hoe het echt was gebeurd. Wel hielden we in het stripverhaal het meisjes verhaal aan. Toen het stripverhaal af was hebben we, weer een stripverhaal getekend maar dit keer hoe zij had gewild hoe het gegaan zou zijn. Ondertussen werd er in het gezin gesproken over de gebeurtenissen.

Vervolgens hebben het meisje en ik samen met duplo poppetjes het verhaal uitgespeeld. Keer op keer bedachten we andere alternatieven. Wat en lol hadden we met al deze verschillende versies. Het meisje werd steeds minder bang, de sfeer in huis verbeterde omdat niemand meer op zijn tenen liep. Ook voor ouders was het fijn om alles nogmaals te vertellen en het voorval een plek te geven.

 

Als er een dergelijke situatie voorkomt is het altijd het beste om in gesprek te blijven met elkaar.  De emoties erkennen en als ouders toe te geven wanneer je iets moeilijk, eng of spannend vindt. Het klinkt misschien tegenstrijdig, je wilt je kind behoeden van deze emoties. Het nadeel is dat kinderen vaak toch wel weten dat er iets is. Als ouders dit dan ontkennen raken ze juist in de war. Je kunt in zo'n situatie ook zeggen 'mama is ook geschrokken en een bang geweest. Mama en papa gaan dit samen oplossen, daar hoef jij je niet druk over te maken.' Op deze manier erken je de emoties en laat je weten dat het niet de taak van het kind is om dit op te lossen. 

 

Door over het voorval te spreken, te tekenen en het uit te spelen ging de lading er vanaf. De nachtmerries gingen over, het claimende gedrag richting vader werd minder en de rust kwam weer terug. Na vijf afspraken ging het zo goed, dat we hebben afgerond.